Gastauteur: Linde Wissink.
Beeld: Miguel Bosch.
Je zou het misschien niet zeggen, maar mijn dag begint pas écht goed op de fiets. Niet met koffie, niet met TikTok, niet met mijn wekker die al 30 minuten aan het snoozen is. Nee, met mijn vertrouwde fietsje, dat mij trouw door Nijmegen vervoert.
Want eerlijk: fietsen als student is eigenlijk echt genieten, mits je het goed aanpakt.
Neem bijvoorbeeld mijn ochtendrit. Zodra ik de sleutel in het slot steek en opstap, gaat mijn eigen festival van start. Een soort pre-party, maar dan gratis, zonder de lange rijen of vieze bierdouches. De stad ruikt nog fris, de zon staat laag en de bakker op de hoek is al bezig met z’n croissantjes (waarvan de geur mij altijd verleidt om nét iets sneller te trappen).
En dan heb je nog de soundtrack. Want ja: je fietsrit is eigenlijk gewoon je eigen videoclipmoment. Een beetje meezingen, afhankelijk van hoeveel mensen meeluisteren. En als het regent? Dan lijkt het alsof je in een dramatische film zit. Ook leuk.
Fietsen is ook het moment waarop ik de beste ideeën krijg. Terwijl ik over de Waalbrug fiets, verzin ik ineens hoe ik een verslag ga aanpakken of bedenk ik een leuk concept. Of bedenk ik dat ik eigenlijk veel te veel geld uitgeef aan afhaaleten. Of dat ik misschien toch eens moet kijken of mijn fietsband niet eigenlijk al drie weken half leeg is en het fietsen steeds zwaarder voelt.
Maar het mooiste vind ik misschien wel dit: fietsen maakt alles net een tikkie lichter. Stress? Weggetrapt. Slechte humeur? Verdwijnt halverwege de rit. Het is alsof je jezelf onderweg reset.
Dus ja, fietsen is een feestje. En het beste van alles? Jij bent de DJ, de gast én de organisator. Je hoeft alleen maar op te stappen en te gaan.
Dus ik zou zeggen: opstaan en gáán. Waar is dat fietsje?